Felix de kat (1923)

Electronisch papier

E-reader

Matthew Carter (1937) is een eigentijds Brits letterontwerper, die werkzaam is in Cambridge, Massachusetts, United States.

Verdana

georgia

De term beeldschermtypografie is een nog niet veel voorkomende verschijning terwijl iedereen er dagelijks gebruik van maakt. Of dat nu bewust of onbewust is iedereen leest tegenwoordig veel tekst van zijn beeldscherm en toch zijn we er allemaal mee eens dat de leesbaarheid op beeldscherm lastiger is dan op papier.

Om eerst maar even vast testellen wat beeldschermtypografie nu echt inhoudt gaan we het eerst even hebben over typografie. Typografie is het vormgeven van tekst. Bij het vormgeven wordt er nagedacht over de leesbaarheid, leesrichting (route) en het aantrekkelijk maken van een stuk tekst. Typografie is al een zeer lang bestaand beroep en hoeft tegenwoordig nog maar door één persoon uitgevoerd te worden. Vroeger was dat wel anders. Met het zetten van loden letters in het begin van de typografie was er een heel team nodig om een boek te produceren. Later toen het fotozetsel de loden letters overnam om stukken tekst mee op te maken werd het wat gemakkelijker voor de typograaf om aan zijn lay-out te werken. Nu met het introduceren van de personal computer kan al deze werkzaam heden door één iemand uitgevoerd worden.

De geschiedenis van het beeldscherm is vele malen jonger dan die van de typografie. Een semimechanisch analoog televisiesysteem werd voor het eerst getoond in Londen in februari 1924 door John Logie Baird met een beeld van Felix de Kat en het bewegend beeld kwam op 30 oktober 1923 door Baird. Van typografie op beeldscherm spreken we van af het jaar 1940 waar het gebruikt werd voor de programmering op computer. Er werd hier alleen maar gebruik gemaakt van de hoofd noodzakelijke letters die belangrijk waren voor het programmeren. Het gebruik van kapitalen en onderkasten werd pas toegepast met de introductie van de 8-bit computers in 1960. Hierdoor konden letters gecreëerd worden uit puntjes in cellen van het beeldscherm. Computers die het gebruik van grafische interfaces op bitmap formaat aankonden waren de Xerox PARC computers in 1970. Hierdoor konden letters getoond worden in verschillende groottes, diktes en letter vormen. In de mid jaren 80 kregen de computers van Xerox Star, Apple Lisa en uiteindelijk Apple Macintosh de mogenlijk heden van het gebruik van verschillende letter types zoals we dat vandaag de dag kennen.



Beeldschermen

De allereerste monitoren (jaren ‘70, begin jaren ‘80) waren monochroom, dat wil zeggen, ze toonden alleen groen gekleurde of alleen oranje gekleurde karakters. De mogelijkheden die deze beeldschermen boden was het interactief werken, met een computer. Het jammere aan deze monitoren brandden snel in, d.w.z. als een bepaalde afbeelding voor langere tijd werd geprojecteerd op het scherm, werd de oplichtende fosforlaag aangetast. Daardoor was deze afbeelding voor altijd (vaag) zichtbaar, ook als de monitor uitstond. Moderne monitoren hebben dit probleem niet meer. Zonder een monitor konden de eerste computers (jaren ‘60) alleen output leveren in de vorm van ponsband, ponskaarten, of geprint papier (bij interactief computergebruik het laatste).
Vanaf midden jaren ‘80 tot eind jaren '90 veranderde het gebruik van monochrome beeldbuismonitors naar kleurenschermen. De beeldschermen konden ook in steeds grotere afmetingen worden gefabriceerd. Omdat de eerste beeldschermen een vaste breedte - hoogteverhouding (aspect ratio) hadden van 4:3 was het voldoende om alleen de diagonale afmeting aan te geven.
Rond 2003 werkten de meest gebruikte monitoren nog met een beeldbuis (kathodestraalbuis, ook wel CRT - cathode ray tube genoemd), net als een televisie. Aan de binnenkant van het glas zijn aan de voorzijde de zogenaamde pixels aangebracht, kleine puntjes die licht in een bepaalde kleur uitstralen als ze worden aangestuurd. Zij doen dat in de primaire kleuren van het additieve kleursysteem, rood, groen en blauw. De resolutie (het aantal pixels) van een monitor kan variëren tussen 640 x 480 pixels tot 1600 x 1200pixels en meer.

Een van de laatste technieken op het gebied van beeldschermen is het elektronischpapier. Er zijn verschillende manieren om elektronisch papier te ontwikkelen. Bij de bekendste technologie is het elektronisch papier gemaakt van een geleidend plastic. Dit plastic bevat vele kleine bollen die reageren op een elektrische lading. Hierdoor kan een pagina veranderd worden zoals we dat kennen met pixels op een beeldscherm. Andere gebruikte technologieën zijn onder andere een aangepaste vorm van LCD-schermen en elektrochromische beeldschermen.
Elektronisch papier is in de jaren zeventig voor het eerst ontwikkeld door Nick Sheridon bij Xerox. Het eerste elektronische papier, genaamd Gyricon, bestond uit kleine statisch geladen bollen. Deze bollen waren aan de ene kant zwart en aan de andere kant wit. De tekst op het papier werd veranderd onder invloed van een elektrisch veld. Dit veld zorgde ervoor dat de bollen met de zwarte kant naar boven of naar onder gingen.
In de jaren negentig werd er een ander soort elektronisch papier uitgevonden door Joseph Jacobson. Dit maakte gebruik van microcapsules die gevuld zijn met elektrisch geladen witte deeltjes die zijn opgelost in een gekleurde olie. De eerste versies waren gebaseerd op elektroforese. De onderliggende elektronische schakelingen bepaalden of de deeltjes bovenaan de capsule kwamen, waardoor het papier op die plek wit werd, of onderaan de capsule, waardoor het papier de kleur van de olie kreeg.
In 1997 richtte Jacobson het bedrijf E Ink op om elektronisch papier commercieel te ontwikkelen. Elektronisch papier werd in 1999 voor het eerst commercieel gebruikt voor een reclamescherm in een warenhuis. E Ink ontwikkelde een verbeterde versie, waarbij de witte deeltjes in gekleurde olie vervangen werden door zwarte en witte deeltjes in een doorzichtige olie.
In april 2004 kondigde Sony de eerste commercieel beschikbare elektronisch papier apparatuur aan, de Sony LIBRIé EBR-1000EP. Deze is inmiddels opgevolgd door de Sony Reader die op 31 Oktober 2008 beschikbaar zal zijn voor de handel.
In Nederland kwam de firma iRex Technologies, een spin-off van Philips, in april 2006 met de op de E ink-technologie gebaseerde reader iLiad. Krap twee jaar later verscheen NRC Handelsblad als eerste Nederlandse krant hierop. De krant op elektronisch papier kreeg de naam ePaper).
Elektronisch papier werd ontwikkeld om een aantal tekortkomingen van beeldschermen te vermijden. Zo hebben beeldschermen achtergrondverlichting nodig voor een hoger contrast. Dit is echter vermoeiend voor het menselijk oog. Elektronisch papier heeft geen achtergrondverlichting nodig, omdat het licht op dezelfde manier reflecteert als gewoon papier. Het voordeel ten opzichte van platte beeldschermen is dat het bekijken onder een hoek beter gaat. Een bijkomend voordeel van elektronisch papier is dat het flexibel kan zijn, licht is en bi-stabiel is. Dit betekent dat het enkel en alleen stroom verbruikt wanneer er geschakeld wordt naar nieuwe informatie op de display. Zo kan een weergave jaren op een display blijven staan zonder dat er energie toegevoerd wordt. Andere voordelen zijn het contrast en de kijkhoek. Contrasten van gewoon papier kunnen met elektronisch papier ook behaald worden. De kijkhoek is behoorlijk groot, onder een hoek van 170 graden is de tekst nog goed te lezen. Een nadeel is dat veranderingen in het beeld traag gaan, waardoor vlot bladeren, scrollen, in- en uitzoomen en pointers niet mogelijk zijn. Ook is net als bij papier voor het lezen extern licht nodig. Elektronisch papier is vooral makkelijk voor mensen die veel van beeldscherm moeten lezen. Maar er zijn ook grote verwachtingen op het gebied van het vervangen van gedrukt (kranten)papier en voor het gebruik er van voor schoolboeken en handboeken. De voordelen zijn, naast een handig, licht formaat, de grote opslagcapaciteit en de snelle gemakkelijke aanpassing van de inhoud. Een bijkomend voordeel is, dat er aantekeningen op het apparaat kunnen worden gemaakt die kunnen worden omgezet in gedrukte tekst.



Ebooks

Digitale boeken zijn er in veel bestandsformaten die op uiteenlopende apparatuur gelezen kunnen worden. Aanvankelijk werden e-books gelezen op computers pocket pc en tegenwoordig ook op mobiele telefoons zoals de iphone. Een nieuwe ontwikkeling zijn de gespecialiseerde ebookreaders op basis van epaper.
Ondanks de kleine afmetingen van het scherm bij pocket pc's hebben de voordelen van het gebruik van e-books toch doen toenemen. De voordelen van deze apparaten zijn: licht in gewicht, de mogelijkheid om haast een onbeperkt aantal boeken mee te kunnen nemen, lezen in het donker, zelf bepalen van de achtergrondkleur en het kunnen instellen van lettertype en lettergrote. Om e-books te kunnen lezen op een mobiel apparaat of een PC is speciale software nodig. Met het woord reader kan de apparatuur worden bedoeld, maar ook deze software. Er zijn tal van ebookreader software programma's in omloop. Allemaal gebruiken ze hun eigen formaat. De bekendste readers en formaten zijn: Acrobat PDF (wordt op mobiele apparaten steeds minder gebruikt), Microsoft Reader, Mobipocket, ePub en het in de volksmond genoemde "pdb" formaat. Op dit moment is Mobipocket een van de grootste spelers op de markt. Veel internationale uitgevers publiceren in dit formaat hun e-books.

Een belangrijke ontwikkeling is het steeds populairder wordende formaat ePub van het Open eBook Consortium. De uitgever Penguin heeft aangegeven al haar boeken ook in dit formaat te gaan publiceren.
Vooral in de VS maakte het gebruik van de ebook een snelle verandering door. Dat kwam door sony in 2007 die met een E-reader kwam met electronisch papier. Aan het einde van 2007 introduceerde Amazon een eigen reader op basis van elektronisch papier onder de naam Kindle. De Kindle leest boeken die op Amazon gekocht moeten worden en kan geen andere formaten aan. In 2008 kondigde Sony aan dat zij hun ebookreader zullen aanpassen zodat ook andere formaten gelezen kunnen worden. Hiermee is de strijd om de consument begonnen.
Tot op zekere hoogte wordt er bij de e-book een vergelijk getrokken met de ontwikkelingen in de muziekindustrie. De komst van de MP3 speler en sites waarop muziek uitgewisseld kan worden heeft het gebruik van MP3 sterk gestimuleerd. De muziekuitgevers hebben lange tijd geprobeerd deze ontwikkeling tegen te houden, maar zijn uiteindelijk overstag gegaan door muziek officieel te gaan aanbieden als MP3. Zodra de ebookreaders op basis van elektronisch papier meer verkrijgbaar zullen zijn bij online shops en studenten deze mobiele apparaten gaan gebruiken voor hun studie zal de markt voor ebooks groot gaan toenemen. Dat de eerste ontwikkelingen beginnen bleek recent toen een server werd ontdekt waar ruim 5000 titels werden gedeeld. De titels betroffen hoofdzakelijk internationale studieboeken te zijn die gebruikt worden door HBO en Academische studenten. Een andere ontwikkeling is de recente introductie van een software programma voor de consument waarmee boeken kunnen omgezet worden tot e-book. De software claimt 500 pagina's per uur te kunnen omzetten tot een e-book zonder dat het boek uit de band gehaald behoeft te worden. Het boek wordt gefotografeerd met een mobiele camera op een statief en door speciale software worden de beelden omgezet tot een e-book. De software heeft de veelzeggende naam Snapster, hetgeen een duidelijke heenwijzing is naar het beroemd geworden programma Napster, waarmee mp3 muziek massaal werd verspreid. Project Gutenberg is een van de grootste online bibliotheken waar e-books kunnen worden gedownload.



Papier vs Beeldscherm

De computer heeft gezorgd voor een revolutie in de praktijk van de grafisch ontwerpers. Maar dit is voornamelijk in drukwerk zichtbaar.Typografie op het beeldscherm lijkt nog steeds niet echt goed te werken. Vele toepassingen van onderandere de meeste websites, worden gedomineerd door wat er technisch mogelijk is, zonder al te veel rekening te houden met de lezende gebruikers.
Dat typografie en het internet elkaar niet heel goed lijken te verdragen heeft misschien wel een logische reden. Drukwerk heeft te maken met andere beperkingen dan het internet. Ook komt er bij het gebruik van internet dingen bij zoals animaties en filmpjes die op de pagina zichtbaar zijn. Een ander groot verschil is de keuzen die je hebt wat betreft kleur en lettertype keuze. En het formaat speeld ook een grote rol met het verschil tussen papier en beeldscherm. Als er ontworpen wordt voor het drukken op papier is de keuze uit kleur en lettertype vele male groter dan als er ontworpen wordt voor beeld scherm. Een ander groot verschil is het formaat. Het formaat van een beeldscherm staat altijd vast. Hier in kan niks verandert worden. De keuze van het formaat bij het ontwerpen voor papier is helemaal vrij. Daarin tegen moet een ontwerp voor een beeldscherm altijd toepasbaar zijn voor verschillende maten.
Tekst speelt een grote rol op internet met het uitdragen van informatie. En dat vraagt om een specifieke en zorgvuldige benadering van typografie. De beperkte mogelijkheden hoeven je hierbij niet te belemmeren. De situatie lijkt een beetje op de situatue van een grafisch ontwerper voor de komst van de computer. In deze periode was de ontwerper afhankelijk van de lettertypes waarover de zetter of drukker beschikte en werd een typografisch ontwerp door middels van zetinstructies doorgegeven. Juist het beperkende karakter van de techniek en de onmogelijkheid van direct resultaat vroegen om een doordachte en inventieve manier van werken.
Voor de ontwerper van drukwerk zijn de conventies meestal direct duidelijk, omdat verschillende media zich duidelijk van elkaar onderscheiden zoals kranten, boeken en tijdschriften. Op het internet is het een stuk minder duidelijk. Hetzelfde venster toont informatie die equivalent is van die van alle verschillende media die in drukwerk bestaan. En meestal is het niet de aard van de informatie die bepaalt hoe deze wordt vormgegeven. De grootte van het venster en het uiterlijk van alle andere websites lijken veel meer invloed te hebben op hoe een website er uit ziet.
Voor de eigenlijke tekst zou je je als ontwerper in de meeste situaties – binnen de al beperkte mogelijkheden – verder moeten beperken tot de enkele lettertypes waarvan de bitmap-uitvoering geschikt is voor langere teksten. Schreven (zoals de Times) lenen zich hier over het algemeen niet goed voor, omdat geprobeerd is met de beschikbare pixels de schreef weer te geven. Dit leidt over het algemeen tot een onrustig tekstbeeld. Schreeflozen (zoals de Verdana) lenen zich in de meeste situaties op het beeldscherm beter voor de weergave van langere teksten.
Veel mensen hebben moeite met lange stukken tekst lezen van een beeldscherm en geven dit deels de schuld aan de lettertypes de gebruikt worden. Het probleem hiervan is dat de letters opgebouwd zijn uit pixels en dus vrij grove vormen bevatten, vooral als het om kleine corpsen gaat. Het ontwerpen voor fonts die gespecialliseerd zijn voor het web is nog niet al te veel ondernomen. Een van de letterontwerpers die een font speciaal voor web is gaan ontwerpen is Matthew Carter. Die de Georgia en Verdana speciaal voor het web is gaan ontwerpen in opdracht van Microsoft.

In 1994 kreeg Matthew Carter van Microsoft de opdracht om een systeemfont te ontwikkelen voor Windows 95. Bill Gates had toen niet kunnen denken dat Carters Verdana zou uitgroeien tot één van de populairste fonts van het internet, de netwerktechnologie waar hij tot eind 1995 geen brood in zag. Omdat de Verdana vooral op het scherm moest presteren en in mindere mate op papier, besloot Carter de schermletter als uitgangspunt te nemen voor het printerfont en niet andersom. Simpel gezegd maakte hij eerst de bitmap fonts en tekende daar later de outlines omheen voor de printerfonts. Vergeleken met de Verdana verbleekt de Arial op vele fronten. De Verdana heeft een grotere x-hoogte, bredere letters, grotere openingen in de karakters en een duidelijk contrast tussen romein en vet. Karakters als de onderkast i, j, l, de kapitalen I, J en L en het cijfer 1 zijn duidelijk van elkaar te onderscheiden en er is speciale aandacht besteed aan de uitvoering van ligaturen als ff, fi en fl. Bovendien is de letterspatiëring extra groot zodat de onderlinge karakters elkaar niet raken. In een interview met Webreview zei Carter ooit dat niet alleen de spatiëring zelf maar ook de regelmatigheid ervan de unieke eigenschappen van de Verdana bepalen.

Na de Verdana is Carter in 1997 begonnen aan de Georgia, een schreef letter die ontworpen is voor beeldscherm. Ook hier is voldaan aan alle voorwaarden waar een goed leesbare schermletter aan moet voldoen. De Georgia is een heldere letter die het heel goed doet in de kleinere corpsgroottes. Zelfs op een corpsgrootte van 9 punten behoudt de Georgia het karakter van een traditionele schreefletter en blijft de letter bijzonder goed leesbaar. Net als de Verdana kun je de Georgia ongestraft cursief zetten zonder dat de boel onmiddellijk onleesbaar wordt.

Op het moment wordt er druk gewerkt aan nieuwe technieken om het ontwerpen voor beeldschermen breder te maken en dan voornamelijk voor het internet. De keuze van lettertypes die er gekozen kon worden was altijd zeer beperkt. Het is eigenlijk nog steeds zeer beperkt maar met nieuwe technieken zoals font-face moet daar verandering in komen. Met font-face kan ieder lettertype gekozen worden die de ontwerper tot zijn beschikking heeft. Voor heen kon dat niet omdat als er een keuze gemaakt moet worden voor een lettertype op een website dan moet je er zeker van zijn dat het lettertype ook geïnstalleerd is op de computer van de gebruiker die de website wilt openen. Met font-face staat het lettertype geïnstalleerd in de website waardoor iedereen de website kan bekijken met het lettertype dat jij als ontwerper wilt gebruiken. Hierdoor wordt de keuze in lettertypes vele malen groter dan voor heen. Het probleem hier mee is dat nog niet alle web-brouser dit ondersteunen. Het zal dus nog wel even duren voordat dit echt gaat doorbreken.



Verandering

Het lezen van lange stukken tekst op beeldscherm gebeurt nu steeds meer. Vooral het promoten van apparatuur zoals de E-reader zullen daar grote invloed op hebben. Toch blijft het papier een voordeel hebben van het tactiele en het formaat verschil wat een beeldscherm niet kan bieden. De combinatie van tekst en beeld wat je op papier makkelijk kan overbrengen wilt op het beeldscherm ook nog niet helemaal lukken. Dit komt vooral door de toch al kleine formaten van beeldschermen.

Het gebruik van typografie op internet sites zal nog wel even het zelfde blijven. Hopelijk wordt het door software zoals font-face spannender om naar typografie op internet te kijken. Ook ben ik erg benieuwd wat voor een invloed apparaten zoals de E-reader zult hebben op het internet. Het lijkt me dat deze technieken op een gegeven moment toch samen zullen vallen en hierdoor elkaar kunnen gaan versterken. Er zijn nu al E-readers met een kleuren scherm waardoor het aanbod van kranten en tijdschriften die zich op dit soort apparatuur wilt aanbieden alleen maar vergroot zal worden.



Bronnen
☛ The Elements of Typographic Style - Robert Bringhurst
☛ Morf 6 - 7
☛ Lessen van Gerard Unger
☛ Wikipedia
☛ www.kahnplus.com/download/publication/type.pdf